Repareren en het onderwijs: niet het moeilijkste onderdeel van de transitie

Is er genoeg gekwalificeerd personeel om repareerbare spullen te ontwerpen en ze te repareren? ‘In het onderwijs is daarvoor alleen maar een accentverschuiving nodig’, zegt commercieel ontwerper en lector Circulair Design Marcel den Hollander. 

Marcel den Hollander
Marcel den Hollander

Ondanks allerlei veranderingen in technologie, logistiek, informatietechnologie en bewustzijn rondom milieu, is het lineaire bedrijfsmodel nog steeds veruit dominant. ‘Nu we af willen van Sell more, sell faster en een circulaire economie willen, moeten we een hele reparatie-infrastructuur optuigen,’ zegt Den Hollander. ‘Met een bijbehorende vraag naar geschoolde arbeid.’

Het onderwijs moet daarop inspelen, ook al is moeilijk te voorspellen hoe de circulaire economie zich zal ontwikkelen. Maar waar bedrijfsmodellen, productontwerpstrategieën en consumentenbewustzijn een flinke ommezwaai moeten maken, denkt Den Hollander dat het bij onderwijs meer om een accentverschuiving gaat. ‘Circulair is een manier van kijken, een manier van denken, bóvenop de vakspecifieke kennis en vaardigheden die je toch al nodig hebt. En het mooie is: heb je die circulaire bril eenmaal op, dan kan je die nooit meer afzetten.’

   Circulair is een manier van kijken bóvenop de kennis die je toch al nodig hebt’

Teach the Teacher met video’s

Sinds 2015 loopt onder andere het door de overheid ondersteunde CIRCO-programma om ondernemers en creatieve professionals te betrekken bij de circulaire economie. In met name videomateriaal komen alle circulaire strategieën aan bod, waaronder repareren. ‘Dat videomateriaal is heel geschikt voor het onderwijs,’ zegt Den Hollander. ‘Samen met een behoefte vanuit het onderwijs is daar de Teach the Teacher-track van CIRCO uit voortgekomen. Tientallen docenten van Hogeschool Rotterdam en andere hbo-instellingen hebben die vrijwillige track al gevolgd.’

   Zodra je uitlegt dat er veel meer is dan recyclen, zie je het circulaire licht aangaan’

Den Hollander is bij veel lesdagen aanwezig geweest. ‘Zodra je uitlegt dat er veel meer strategieën zijn dan alleen maar recyclen, dan zie je het circulaire licht bij hen aangaan. Ze zien onmiddellijk waar in hun curriculum ze daar wat mee zouden kunnen. Ook op het mbo kun je het CIRCO-programma zo aanbieden, maar ik weet niet of dat al gebeurt.’ Het implementeren van circulaire inzichten in het beroepsonderwijs kun je wat hem betreft het beste aan de docenten zelf overlaten. ‘Niemand kent hun vakgebied beter dan zijzelf.’

Dat we op weg naar een circulaire economie meer gaan (laten) repareren is duidelijk. Maar wat gaan we dan repareren, wie gaat dat doen en waar? Oftewel, aan welk vakmanschap hebben we als maatschappij (straks) behoefte. Daar valt volgens Den Hollander op dit moment weinig wetenschappelijk onderbouwd over te zeggen. Maar hij wil wel wat overwegingen geven.

CIRCO track
In een CIRCO Track ontdekken bedrijven samen circulaire kansen.

Afstemming in de hele onderwijsketen

Naast het soort product hangt het benodigde vakmanschap voor een reparatie af van hoe het ontworpen is. ‘Je hebt repareren en repareren,’ zegt Den Hollander. ‘Sommige reparaties kan een consument zelf uitvoeren. Maar als het te ingewikkeld of te gevaarlijk wordt, dan heb je een beginnend vakman of misschien wel een expert nodig.’ Modulair ontwerp (waarbij bijvoorbeeld eventuele gevaarlijke onderdelen verpakt zijn in een eenvoudig te vervangen module) kan deze balans wat verschuiven. ‘Maar ook dan begint het echte repareren – door de expert – pas zodra die module uit elkaar gehaald en doorgemeten wordt, en weer in werkende staat wordt teruggebracht.’ Afhankelijk van kennis en ervaring zal iemand dus op een andere plek in de reparatie-keten worden ingezet.

   Ik zag ooit een prototype dat niet precies was gefreesd zoals op de tekening, maar dat was wél de enige manier waarop het werkte’

iFixit
Foto: iFixit

Voor het doeltreffend ontwerpen voor repareren en andere circulaire strategieën ziet Den Hollander het liefst nauwe afstemming tussen de verschillende onderwijsniveaus. ‘Sterk versimpeld komt het erop neer dat wat iemand met een universitaire opleiding als principe bedenkt door iemand van het hbo wordt doorgerekend en vertaald naar een praktisch bruikbare oplossing’, zegt hij. ‘Ten slotte moet iemand van het mbo dat ook nog eens vakkundig kunnen realiseren. Ik kreeg ooit een prototype terug dat niet precies volgens tekening gefreesd was, maar dat bleek wél de enige manier te zijn waarop het werkte. Die praktische kennis en vaardigheid moeten we meenemen om tot maximale levensduurverlenging van producten te komen. Als Hogeschool Rotterdam zoeken we daarom naar samenwerking met zowel het mbo als de universiteit.’

Vaktrots

Met circulariteit in het beroepsonderwijs die vooral een accentverandering is bij bestaande (vak)opleidingen, lijken er vooralsnog geen specifieke reparateursopleidingen nodig te zijn. ‘Komende lichtingen afstudeerders kunnen wel degelijk besluiten om iets met repareren te gaan doen,’ zegt Den Hollander. ‘Het heeft grote meerwaarde en wordt ook sterk gewaardeerd, hoor ik onder andere van mensen in repair cafés. Iets werkt niet, die persoon baalt en jij kan dat veranderen. De mensen worden daar blij van, ook vanwege duurzaamheid. Het reparateurschap is echt een vak met vaktrots.’

Marcel den Hollander studeerde Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en is commercieel duurzaamheidsontwerper. In 2018 promoveerde hij in Circular Product Design. Zijn onderzoek Products that last vormt de basis voor het overheidsprogramma CIRCO. Sinds 2021 is hij lector Circulaire Maakindustrie aan Hogeschool Rotterdam.


Cover white paper repairDit is een artikel uit de nieuwe white paper 'Reparatie in de Circulaire Economie: Europese wetgeving, productontwerp en verdienmodellen,' een gezamenlijke uitgave van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability en de faculteit Industrieel Ontwerpen, TU Delft.

Lees de white paper hier