Rapport PBL CE
Breken met onze lineaire economie

Naar een Circulaire Economie: meer transformatie dan evolutie

Hoogleraren Arnold Tukker, Peter van Bodegom, Ellen van Bueren en Lucas Meijs betogen namens het Centre for Sustainability dat er een radicale transformatie nodig is voor een Circulaire Economie. 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde afgelopen week het rapport ‘De Circulaire Economie in kaart’.  Het rapport geeft een mooi overzicht van wat er in Nederland al aan circulariteit gebeurt en hoe je die verder stimuleert. Het nieuws is goed. Maar liefst 85.000 activiteiten, goed voor 420.000 banen, zijn al circulair. Een prachtige opsteker voor de Week van de Circulaire Economie, die Nederland nu viert. Nu doorpakken en onze maatschappij volledig circulair maken is hard nodig.

De aarde is geen perpetuum mobile. De lineaire economie zet uiteindelijk alle belangrijke grondstoffen,  vaak na kort gebruik in producten, om in afval. Daaruit haal je alleen door dure en energieverslindende verwerking die grondstoffen weer terug. Een mooi voorbeeld is het kwistige gebruik van fosfor in ons landbouw- en voedingssysteem. De ruwe fosforvoorraad, met Marokko als enige grootleverancier, raakt op. Maar het fosfaat uit ons voedsel belandt in rivieren, meren en kustwater, veroorzaakt algenbloei en slaat uiteindelijk neer op de (zee)bodem. Dat haal je nooit meer terug.

We onderschrijven een groot aantal van de aanbevelingen van het PBL. Als het Centre for Sustainability, onderdeel van de strategische Leiden-Delft-Erasmus alliantie, stellen we de circulaire economie centraal in onze activiteiten. We doen dit in drie innovatiehubs rond steden, industrie, en agro-food. We kijken naar materiaalstromen, nieuwe technieken en designs zoals circulaire tuinbouwsystemen, nieuwe verdienmodellen in bijvoorbeeld de groene ruimte. En we onderzoeken de ontwikkeling van innovatief beleid voor geïntegreerde ketens en nieuwe markten waarbij alle partijen, ook burgers, betrokken zijn. Veel hiervan zien we terug in het PBL-rapport.

"Maar voor een werkelijk circulaire economie is een systeemtransformatie nodig (..)."

Het is wel jammer dat het Planbureau de problemen en oplossingen vooral omschrijft als een evolutie op bedrijfsniveau. Het PBL hanteert termen als het beprijzen van milieueffecten, stimulering van pioniers, de ontwikkeling van product-als-dienst business modellen en aanpassing van regels, opvattingen en gewoontes. Maar voor een werkelijk circulaire economie is een systeemtransformatie nodig: onze economie is vervlochten, tussen bedrijven onderling en met het landschap. Juist die onderlinge samenhang is bepalend voor een goed functionerend systeem als geheel en creëert stabiliteit en gesloten kringlopen, zoals fundamentele ecologische principes ons leren. Om tot een werkelijk circulaire economie te komen, zijn eerlijke verdienmodellen over de hele productieketen nodig, die milieukosten daadwerkelijk meenemen en eerlijk verdelen.

Het Centre for Sustainability ontwikkelt analyse- en ontwerpmethoden om de milieubelasting over de gehele keten te bepalen en laat ook zien welke slimme designs het totale grondstofverbruik minimaliseren.  Ons landschap brengt diverse productieketens samen en bepaalt de productiemogelijkheden. Als bijvoorbeeld elke klimaattafel biomassa opvoert als klimaatmaatregel, past dat niet in ons landschap met de huidige en toenemende ruimteclaims. We vergeten vaak dat het natuurlijk kapitaal van ons landschap essentieel is om de economie circulair te maken.

"Bedrijven in de olie, kolen en gassector hebben geen toekomst in een circulaire economie."

Een circulaire economie vereist dat we radicale integrale keuzes durven te maken. Daar hoeven niet alle dominante spelers blij mee te zijn. Olie, steenkool en gas kunnen we niet circulair maken, terwijl ze zo’n 20% van het mondiale materiaalverbruik innemen. Dat betekent dat je naar een radicaal ander energiesysteem moet, waarbij je ruim baan geeft aan spelers op de duurzame energiemarkt. Bedrijven in de olie, kolen en gassector hebben geen toekomst in een circulaire economie. Dit geldt ook voor de voedselketen: zo’n 30% van het mondiale materiaalgebruik zit in voedingsketens. Hoe verenigbaar is een circulaire landbouw met de positie van de Nederland en zijn bio-industrie als grote exporteur van agrarische producten? Met een radicaal ander systeem, komt ook een radicaal ander verdienmodel.  Bijvoorbeeld door het opbrengen en hergebruiken van organische reststoffen - neemt het watervasthoudend vermogen van te bodem toe. Dit ‘neveneffect’ kan de basis zijn voor een verdienmodel met verhandelbare waterrechten. Immers, een boer die deze methode hanteert, zouden we op deze manier kunnen belonen.

Alleen als je de keuze durft te maken voor een radicale transformatie en de daarbij horende keuzes op tafel legt, heb je kans om in 2050 geheel circulair te zijn. We roepen het PBL op om samen met andere kennisspelers in Nederland dit soort fundamentele transitievragen te agenderen en aan te pakken.


Door:
Prof. dr. Arnold Tukker, hoogleraar Industriële Ecologie en wetenschappelijk directeur van het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML - Universiteit Leiden).
Prof. dr. Peter van Bodegom, hoogleraar en afdelingshoofd van de afdeling Milieubiologie van het CML (Universiteit Leiden)
Prof. dr. Ellen van Bueren hoogleraar Urban Development Management aan de afdeling Bouwkunde (TU Delft)
Prof. dr. Lucas Meijs, hoogleraar Strategic Philanthropy and Volunteering aan de Rotterdam School of Management. (Erasmus Universiteit Rotterdam).

Allen maken deel uit van het algemeen bestuur van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Sustainability.